1745, Ronse midden een oorlogssituatie

Hoe een brief uit 1745 een licht werpt op de aanwezigheid van Oostenrijkse-Habsburgse soldaten te Ronse.

Op 8 april 1745 schrijft Pieter Frans Vanhove  vanuit Ronse een brief (afgestempeld te Oudenaarde) naar ‘ dheer egidius Bauwens entrepreneur van vivers en fourage van de troepen van haere majestijt de coninginne van hongaren en boh’ in Brussel. Deze brief is naar Oudenaarde gebracht en daar afgestempeld omdat Ronse toen nog geen postbureel had.(10)


Pieter Frans Vanhove is dan schepen te Ronse. Geboren te Ronse op 20 maart 1714 als zoon van Joannes Franciscus Vanhove en Anne Ludovica Vandenende, was hij gehuwd met Maria Joanna Byl. Zijn vader Joannes Franciscus was chirurgijn en burgemeester te Ronse en kwam om in de brand van 1719. Het gezin woonde toen in de Peperstraat.(2) In 1753 wordt Pieter Frans burgemeester te Ronse tot aan zijn overlijden op 26 september 1773. Hij lag begraven in de (oude) St-Martinuskerk, “sepultus est in templo…”. De graven en grafstenen in die kerk zijn verwijderd na de ontwijding en voor de ingebruikname als schrijnwerkerij van deze kerk, anno +/- 1896.


Onze streken staan in 1745 onder Oostenrijks-Habsburgers bewind. De koningin waar in het adres van deze brief sprake is, is Maria Theresia, aartshertogin van Oostenrijk en koningin van Hongarije en Bohemen. In dit jaar, 1745, wordt zij keizerin van het Heilige Roomse Rijk en dit tot 1765. Oostenrijk is in oorlog (Successieoorlog) met oa Frankrijk, Pruisen en Spanje. Dit Oostenrijks leger vertoeft dan in Ronse en omstreken om de strijd aan te gaan met de Fransen. De Franse grens is niet ver. Een grens die na het Barrieretraktaat in 1715 verdedigd werd vanuit enkele steden tegen het Franse leger. Die steden waren Fort Knokke, Ieper, Waasten, Menen, Doornik en Namen.

Tijdlijn vooraf:  Op 3 april 1744 komen 400 Hongaarse soldaten aan te Ronse en logeren bij de burgers. Ze verlaten Ronse op 30 april. Zes maanden later op 22 oktober 1744 neemt een generaal van dat leger zijn intrek in het kasteel en logeren 200 soldaten bij burgers in de stad. Zij verlaten Ronse op 12 januari 1745.(1) Het kasteel van Ronse wordt in 1745 verkocht door de familie van Nassau-Siegen aan de familie de Merode-Westerlo. Heeft de generaal zijn intrek genomen in een kasteel dat toch leeg stond?


Het is in deze politieke situatie dat Pieter Frans Vanhove zijn brief richt aan het Oostenrijks bestuur. Hij levert graan en haver aan de Oostenrijkse troepen maar moet tevens onderdak verlenen aan officieren van dat leger, waardoor  ‘met mijn huys vol officiren hebben zij mij genootsaeckt mijne caemers leeg te maeken vol aver en graan’. Dus april 1745 waren er ook Oostenrijkse troepen in Ronse gelogeerd zoals uit deze brief blijkt en wil hij via deze brief vragen of hij verplicht is onderdak te geven aan die soldaten met zijn kamers vol graan en haver.

Eén maand na het schrijven van deze brief, op 11 mei 1745 heeft de slag bij Fontenoy (nabij Doornik) plaats waarbij de Franse troepen de confrontatie aangaan met het Oostenrijks leger dat  gesteund wordt door Nederlandse-  en Engelse troepen. Het grootste deel van het Engelse leger vertoefde op het Europees vasteland en dat terwijl er in eigen land de Jakobitische opstand uitbrak. De Franse koning Louis XV was zelf aanwezig op het slagveld te Fontenoy.  De Oostenrijkers werden hier teruggedreven. De Fransen winnen terrein noordwaarts. Waarschijnlijk waren deze in Ronse gelogeerde Oostenrijkse soldaten aanwezig bij deze veldslag. Fontenoy ligt nauwelijks 30 km van Ronse verwijderd.

Zo komen op 17 juli 1745 ongeveer 3000 geallieerde soldaten met 100 karren naar Ronse om het hooi en de haver van P. F. Vanhove in beslag te nemen. Het Franse leger neemt even later op zijn beurt met 3000 soldaten zijn intrek in Ronse.(1)  Ze verblijven in Ronse van 25 tot 30 juli en dit Franse leger komt de volgende jaren (1746 tot 1748) terug naar Ronse om zijn winterkamp op te slaan.(5) Doornik valt in Franse handen op 21 mei 1745, Brugge op 17 juli, Oudenaarde op 21 juli en Oostende op 6 augustus.(4) Tijdens deze Franse veroveringstochten (1745-1748) werden onze gebieden in kaart gebracht door geografen in dienst van het Franse hof. Jean Villaret was verantwoordelijk voor de streek tussen Menen en Luik. Die kaart geeft ons een uniek beeld van die tijd.(3) De cartograaf is duidelijk niet van de streek wanneer hij ‘chapelle de Wetentack’ (Wittentak), ‘marais del poire’ (Perrekensdries/ Perreken ~ peer > poire) en ‘moulin de Terbieck’ (Terbekemolen) noteert op die kaart. Een perreken is een perceel land gelegen bij een afsluiting. (7) Dus perreken heeft niks te maken met peer maar door zijn foutieve vertaling- Villaret zag perreken als peer- schreef hij poire.


 Villaret-kaart van centrum Ronse

Tijdens de korte verovering door de Fransen zette Louis XV een Franse administratie op en eiste een zesde van de bezittingen van de geestelijkheid als krijgsschatting.(5) Te Ronse was er een grote vrees voor het Franse leger. Er heerste angst in de stad. In januari 1747 eiste de Franse koning in Ronse soldaten op, die op 10 april vertrekken.(5)  In deze bewogen jaren was er een opflakkering van landloperij en misdadigheid. Deze werd heel hard aangepakt door de Franse autoriteit. In 1748 werd een Ronsenaar, Jan De Priester, beschuldigd van moord op Michel Hantson, terechtgesteld op de markt van Aalst.(6) De Franse opmars wordt echter in 1748 beëindigd door de Vrede van Aken waarbij onder andere overeengekomen werd dat Frankrijk zich terugtrekt uit de Oostenrijkse Nederlanden. Frankrijk kreeg door dit verdrag Ile-Royale terug. Oostenrijk gaf het hertogdom Parma terug aan Spanje. Frankrijk gaf Madras (Indië) terug aan Groot-Brittanië. Er werd gezocht naar een machtsevenwicht tussen de landen door het onderling teruggeven van gebieden.


Dheer egidius Bauwens                                                                                           Ronse den 8 april 1745

                                                                          Mijnheer

op mijnen voorgaenden noch geene antwoorde bekomen

doch alle de fouragien die ik op de aude voet “14 a 15…” kan crygen

“ hoye” die koope bij die het voor de aude prijs niet laeten

willen daar verwachte vr orders op voorders alsoo wij

continuel geambraseert zijn met logementen en ik

gedurig in het hooft gelogeert woorde al hoe wel anders

genochsaem kan gebueren al hoe wel in mijn huys

de plaetsen geoccupeert zijn met graen en aver voor

vr dints en de wet daar van geadverteert hebbe voorders

dat ik geen leveringe aen de troepen en kost doen

met mijn huys vol officiren hebben zij mij genoot

saekt mijne caemers leeg te maeken vol aver en graen

ten dinste van de majestijdt voor antwoorde gevende

dat het hun most doen blijcken van wat kant dat ik vrij

van logement was voorders als ik mijn huys niet …

en hebbe is mij onmogelijck om te nemen en uyt te leveren

soo is mijn versoeck van mij te voorsien van eenen

blijcken oft ik verobligeert ben aen logementen

ofte niet. Blijve in antworde afwachtende met

allen dints offers en minsaems groetenisse

                    Mijnheer        …..dienaer

                                 P. Frans Vanhove

_____________________________________________________

Bibliografie

  1. E. Delghust, Renaix à travers les ages, Ronse, 1899
  2. H.J. Bockstal, De brand zelf en zijn nasleep, Ronse, Annalen GOKRTI, 1961
  3. www.geopunt.be/catalogus/datasetfolder/8/81b18f6d-975c-424a-bbca-653371693409
  4. J. van Lennep, De voornaamste geschiedenissen van Noord-Nederland, Amsterdam, 1848
  5. A. Cambier, Het Sst- Pieters- en Hermesstift te Ronse, Ronse, 1960
  6. G. Gadeyne, Jacht op misdadigers in 1748, Ronse, Annalen GOKRTI, 1969
  7. E. Baeten, Bijdrage tot de microtoponymie van Eksaarde, Scriptie, U.Gent, 2008
  8. Kroniek van België, BRT uitgave, Standaard.
  9. H. Pirenne, Histoire de Belgique, Brussel, La renaissance du livre
  10.  Ronse-Philatélique-Renaix,  Postgeschiedenis, Lions Ronse, 2003