De pest in Ronse, 1635-1636

De pest was een ziekte die tijdens de middeleeuwen tot in de 17° eeuw zeer regelmatig voorkwam. In de jaren 1635-1636 was er te Ronse een pestepidemie. Dit moet op de Ronsese bevolking een grote invloed gehad hebben want na het verdwijnen van die epidemie werd in 1637 als dank de kapel 'Wittentak' opgericht op initiatief van barones Ernestine de Ligne. In de nieuwe kapel van Wittentak staat nog een beeld van St-Rochus, pestheilige, dat verwijst naar de oorspronkelijke bouwintentie.

 

Wat kunnen we over deze pestepidemie terugvinden in de parochieregisters van de kerken? De aantallen in beide kerken (St-Pieters- en St-Martinuskerk) werden samengevoegd.

- In 1635 waren er beduidend minder huwelijken dan het jaar ervoor: 32 in 1634 en nog slechts 20 in 1635. Maar in 1636 zijn er terug 43 en in 1637 zelfs 77. Blijkbaar heeft deze epidemie maar invloed gehad op het aantal huwelijken alleen in 1635.

- De geboorten vielen duidelijk terug in 1636; 180 geboorten in 1635 en slechts 130 in 1636. Dit kan niet enkel toegeschreven worden aan de minder huwelijken in 1635. Na het pestjaar 1636 stijgt het aantal geboorten.

De meeste informatie zouden we natuurlijk kunnen halen uit de overlijdensregisters. MAAR….In 1635 zijn er 28 overlijdens in de St-Martinusparochie. De St-Martinusparochie vermeldt in 1636 slechts 1 overlijden en herbegint met het inschrijven van de overlijdens pas in juni 1637. Dus de gegevens in de periode van de pestepidemie zijn onvolledig. Reden? Waren er teveel overlijdens?  De gegevens van de overlijdens in de St-Pietersparochie zijn niet voorhanden (verdwenen?) voor die periode. Wanneer we echter naar het aantal overlijdens kijken in een naburige gemeente, Nukerke, zien we dat daar in 1636 driemaal (n=52) zoveel overlijdens zijn als de jaren ervoor. Dit kan in Ronse niet anders geweest zijn. In Nukerke werd in 1636 in het overlijdensregister soms bijvermeld ‘infectis/ infecta.

 PR Nukerke, 1636

Uit deze beperkte bevolkingsgegevens van Ronse kunnen we voorzichtig concluderen dat tijdens de pestepidemie het bevolkingsaantal duidelijk verminderde maar zich vlug herstelde. Het aantal overlijdens moet hoog geweest zijn. Vertrekkende van de factor x3 (cfr. Nukerke) voor de overlijdens, was de bevolkingsoverschot (geboorten min de sterfgevallen) zeker negatief. Het aantal inwoners te Ronse was in 1630: 3335 en in 1640: 3850. Maar door het ontbreken van de overlijdensgegevens kunnen er geen exacte allesomvattende getallen gegeven worden over de demografische toestand in Ronse.

Tijdens deze pestepidemie was Nicolas Mondet burgemeester van Ronse. Twee van zijn kinderen, 12 jaar en 15 jaar oud, stierven in juli 1636 aan de pest.

 Nicolas Mondet (1597-1681)

O. Delghust in "Renaix à travers les ages" schrijft dat in 1635-1636 de bevolking te Ronse werd uitgedund. Alle bewoners die niet besmet waren hadden de stad verlaten. Het onkruid groeide op straat en op de markt groeiden zelfs bomen. Dit klopt niet volledig aangezien de geboorten en zeker de huwelijken het jaar nadien, 1637, duidelijk stijgen. De bevolking had weinig kans om uit te wijken aangezien de naastgelegen gemeenten ook een hoge besmettingsgraad hadden.